Het Wft-examen is voor iedereen die in Nederland financieel wil adviseren een verplichte horde. De Wet op het financieel toezicht schrijft voor dat adviseurs, bemiddelaars en hun medewerkers vakbekwaam zijn, en die vakbekwaamheid toon je aan met een geldig Wft-diploma. Of je nu hypotheekadviseur wilt worden, schadeverzekeringen wilt verkopen of bij een bank aan de slag gaat: zonder het juiste Wft-certificaat kom je er niet in. Op deze pagina oefen je volledig gratis met realistische proefexamens voor alle zes de modules.
De slagingspercentages liegen er niet om. Voor de module Wft Basis ligt het landelijke slagingspercentage rond de 60 procent, terwijl modules als Wft Vermogen en Wft Pensioen vaak nog lager scoren. Je hebt minimaal een 68 op 100 nodig om te slagen, en het examen wordt afgenomen via de centrale examenbank van het CDFD. Wie goed oefent, vergroot zijn kans op een diploma in één keer aanzienlijk. Onze gratis oefentoetsen dekken de echte eindtermen en geven je bij elke vraag een duidelijke uitleg.
De afkorting Wft staat voor de Wet op het financieel toezicht. Deze wet bepaalt dat iedereen die financiële producten adviseert of daarin bemiddelt, aantoonbaar vakbekwaam moet zijn. Die eis geldt sinds 2014 niet meer alleen voor het bedrijf, maar voor de individuele adviseur zelf. Concreet betekent dit dat je per vakgebied een diploma moet halen. Werk je bij een verzekeringskantoor en wil je particuliere schadepolissen verkopen, dan heb je het diploma Wft Basis én Wft Schadeverzekeringen particulier nodig.
Het stelsel kent een logische opbouw. Wft Basis is de fundamentele module die je altijd eerst haalt; het is de toegangspoort tot alle andere beroepskwalificaties. Daarna kies je de modules die bij jouw werk passen. Een hypotheekadviseur volgt bijvoorbeeld Wft Basis, Wft Vermogen en Wft Hypothecair krediet. Een inkomensadviseur richt zich op Wft Basis en Wft Inkomen. Doordat de modules op elkaar voortbouwen, is het verstandig om je studie zorgvuldig te plannen en niet alle examens tegelijk in te plannen.
De examens zijn pittig. Ze toetsen niet alleen of je de theorie kent, maar vooral of je die kunt toepassen in praktijksituaties. Veel vragen zijn zogenoemde casusvragen waarin een klantsituatie wordt geschetst en jij de juiste vervolgstap moet kiezen. Dat maakt domweg stampen onvoldoende. Door veel te oefenen met proefexamens raak je vertrouwd met de vraagstelling en leer je het verschil zien tussen de bijna-juiste en de echt juiste antwoorden.
Wft Basis is het fundament van het hele stelsel. Je leert hier de werking van de financiële markten, de rol van toezichthouders als de AFM en DNB, de belangrijkste begrippen rond rente, inflatie en risico, en de zorgplicht richting de klant. Iedere adviseur moet deze module halen voordat hij een specialistische module mag afleggen. De stof is breed maar niet bijzonder diep; het draait vooral om het overzicht en de samenhang.
De module Schadeverzekeringen particulier richt zich op polissen voor consumenten: de inboedel-, opstal-, aansprakelijkheids-, rechtsbijstand- en reisverzekering. Je leert begrippen als onderverzekering, eigen risico, nieuwwaarde en dagwaarde toepassen. Ook de mededelingsplicht van de klant en de acceptatie door de verzekeraar komen uitgebreid aan bod. Veel vragen zijn casussen over schade-afhandeling.
Bij Schadeverzekeringen zakelijk verschuift de focus naar ondernemingen. Denk aan de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering (AVB), de beroepsaansprakelijkheidsverzekering (BAV), bedrijfsschade, transport en coassurantie. Deze module vraagt meer inzicht in risicobeheer en in de manier waarop grote risico's worden verzekerd. Het is een verdiepende module die je na de particuliere variant aflegt.
De module Inkomen behandelt het inkomensrisico bij ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid. Je krijgt te maken met sociale wetten als de WIA (met de WGA en IVA), de WW en de loondoorbetalingsplicht, maar ook met private oplossingen zoals de arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor zzp'ers. Het samenspel tussen publieke regelingen en private verzekeringen staat centraal.
Wft Vermogen draait om sparen, beleggen en vermogensopbouw. Je leert het verschil tussen aandelen en obligaties, het belang van risicospreiding, de relatie tussen risico en rendement, de werking van box 3 en het depositogarantiestelsel. Deze module wordt vaak als lastig ervaren omdat er veel rekenvragen en abstracte begrippen in voorkomen.
De module Pensioen behandelt het Nederlandse driepijlerstelsel: de AOW (eerste pijler), het werkgeverspensioen (tweede pijler) en de lijfrente (derde pijler). Je leert over uitkeringsovereenkomsten en premieovereenkomsten, nabestaandenpensioen, waardeoverdracht, de jaarruimte en de fiscale omkeerregel. Door de pensioenhervormingen is dit een module die voortdurend in ontwikkeling is.
Alle Wft-examens worden afgenomen via de centrale examenbank van het CDFD bij erkende exameninstituten. Je hebt minimaal 68 punten nodig om te slagen. Na het behalen van je diploma moet je je kennis actueel houden met permanente educatie (PE): elke drie jaar leg je een PE-examen af om je vakbekwaamheid te behouden. Verloopt je PE, dan vervalt je bevoegdheid om te adviseren.
Het Wft-vakbekwaamheidsstelsel raakt een groot deel van de financiële sector. Hypotheekadviseurs, verzekeringsadviseurs, pensioenadviseurs, medewerkers van banken die over betaalrekeningen en kredieten adviseren, en zelfs medewerkers van autobedrijven die een financiering aanbieden: allemaal moeten zij over het juiste diploma beschikken. Ook wie alleen klantcontact heeft en geen volledig advies geeft, valt soms onder een lichtere variant, het zogeheten klantcontact bij advies.
Werkgevers letten scherp op het juiste papier, omdat de AFM streng toeziet. Een financiële dienstverlener die personeel laat adviseren zonder de vereiste diploma's, loopt het risico op forse boetes en zelfs intrekking van de vergunning. Dat verklaart waarom het Wft-diploma op vacatures vaak als harde eis wordt vermeld. Voor jou als kandidaat is dat goed nieuws: een behaald diploma maakt je direct aantrekkelijker op de arbeidsmarkt.
Omdat de modules stapelbaar zijn, kun je je loopbaan geleidelijk uitbouwen. Veel mensen beginnen met Wft Basis en Schadeverzekeringen particulier, omdat dit de meest gevraagde combinatie voor instappers is. Wie ambieert om hypotheekadviseur te worden, breidt later uit met Vermogen en Hypothecair krediet. Door telkens één module tegelijk te halen, blijft de studielast behapbaar naast een baan.
Je legt je Wft-examen af op een computer bij een erkend exameninstituut. Voordat het examen begint, controleert de surveillant je identiteitsbewijs. Tas, telefoon en jas laat je achter in een kluisje; je mag niets meenemen naar je werkplek behalve eventueel kladpapier dat het instituut verstrekt. De vragen komen uit de centrale examenbank, wat betekent dat iedere kandidaat zijn eigen unieke samenstelling van vragen krijgt. Dat maakt het onmogelijk om examens uit het hoofd te leren.
Een examen bestaat doorgaans uit een mix van kennisvragen, begripsvragen en vaardigheidsvragen. De kennisvragen toetsen feiten, de begripsvragen vragen om uitleg of verband, en de vaardigheidsvragen presenteren een klantcasus waarbij je de juiste handeling moet kiezen. Juist die laatste categorie maakt het verschil tussen slagen en zakken. Wie de theorie kent maar niet weet toe te passen, struikelt vaak over de casussen.
Direct na afloop zie je meestal je voorlopige uitslag op het scherm. De definitieve uitslag en je diploma volgen kort daarna. Ben je gezakt, dan kun je een nieuw examen inplannen; er is geen wettelijke wachttijd, maar het is verstandig eerst je zwakke punten gericht bij te spijkeren. Onze gratis proefexamens helpen je precies die zwakke plekken op te sporen voordat je betaald examen doet.
Het is verleidelijk om de modules als losse examens te zien, maar ze hangen sterk met elkaar samen. De begrippen die je in Wft Basis leert, zoals zorgplicht, het ken-uw-klant-beginsel en de werking van toezicht, komen in elke vervolgmodule terug. Wie de basis goed beheerst, heeft daarom een voorsprong bij de specialistische examens. Andersom geldt dat een wankele basis je bij elke vervolgmodule blijft achtervolgen.
Tussen de specialistische modules bestaan ook dwarsverbanden. De module Inkomen en de module Pensioen raken elkaar bij het thema arbeidsongeschiktheid en oudedagsvoorziening. De module Vermogen en de module Pensioen overlappen rond beleggen en de opbouw van kapitaal. En de twee schademodules, particulier en zakelijk, delen veel begrippen rond aansprakelijkheid en schade-afhandeling. Door die samenhang te herkennen, hoef je sommige stof maar één keer echt grondig te leren.
Voor je studieplanning betekent dit dat een logische volgorde loont. Begin met Basis, ga dan naar het schadeblok of het inkomensblok afhankelijk van je beoogde functie, en sluit af met de meer abstracte modules Vermogen en Pensioen. Door verwante modules kort na elkaar te plannen, profiteer je maximaal van de overlap en blijft de stof beter hangen.
De toegangsmodule die je voor elke andere kwalificatie nodig hebt.
Polissen, dekking, aansprakelijkheid en schade-afhandeling.
Inkomensrisico bij ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid.
De meer abstracte modules rond vermogensopbouw en oudedag.
Onderzoek naar leren laat keer op keer zien dat actief oefenen effectiever is dan passief herlezen. Bij het maken van een proefexamen dwing je je brein om kennis op te halen, en juist dat ophalen versterkt het geheugen. Bovendien wen je aan de vraagstelling van het echte examen, waardoor je op de examendag minder snel verrast wordt door de manier waarop een vraag is geformuleerd. De combinatie van kennis ophalen en de toetsvorm herkennen, is precies wat het slagingspercentage omhoog brengt.
Een tweede voordeel is dat proefexamens je een eerlijke spiegel voorhouden. Veel kandidaten overschatten hun kennis na het lezen van een lesboek. Pas wanneer je de stof onder examencondities toepast, merk je waar de gaten zitten. Onze gratis oefentoetsen geven je per vraag uitleg, zodat je niet alleen ziet dát je een fout maakte, maar ook waaróm. Dat maakt elke oefenronde een gerichte leersessie in plaats van louter een toets.
Ten slotte bouw je met oefenen vertrouwen op. Examenstress is een reële factor die goede kandidaten kan laten zakken. Wie van tevoren tientallen vragen onder tijdsdruk heeft beantwoord, stapt rustiger het examenlokaal binnen. Dat zelfvertrouwen vertaalt zich in scherpere antwoorden en minder slordige fouten. Maak daarom de proefexamens op deze pagina meerdere keren, juist ook de onderdelen die je al beheerst.
Je slaagt voor een Wft-examen met minimaal 68 van de 100 punten. Begin met Wft Basis, want die module is de toegangspoort tot alle andere kwalificaties. Vergeet na je diploma de permanente educatie niet: elke drie jaar moet je een PE-examen halen om je bevoegdheid om te adviseren te behouden.
Een Wft-examen is niet gratis, ook al zijn de proefexamens dat wel. De kosten voor een officieel examen liggen doorgaans tussen de honderd en honderdvijftig euro per module, afhankelijk van het exameninstituut. Daar komen vaak nog studiekosten bij, zoals een lesboek, een online cursus of een klassikale opleiding. Wie alle modules wil halen, moet daarom rekening houden met een investering van enkele honderden tot meer dan duizend euro. Veel werkgevers vergoeden deze kosten echter, omdat zij een vakbekwaam team nodig hebben om binnen de wet te blijven.
Door slim te plannen houd je zowel de kosten als de studielast in de hand. Het loont om eerst grondig en gratis te oefenen met proefexamens en pas een betaald examen in te plannen wanneer je consistent ruim boven de slagingsgrens scoort. Zo voorkom je dat je een examen moet overdoen, wat opnieuw geld kost. Reserveer voor elke module voldoende studietijd; reken voor Wft Basis al gauw op enkele tientallen uren, en voor de zwaardere modules zoals Vermogen en Pensioen op nog meer.
Houd er ten slotte rekening mee dat het halen van je diploma geen eindpunt is. De financiële wereld verandert voortdurend, en de wetgever past de eindtermen regelmatig aan. Daarom is permanente educatie verplicht. Zie je opleiding dus als een doorlopend proces: je legt de basis met je initiële diploma's en onderhoudt die kennis daarna met periodieke PE-examens. Wie deze cyclus serieus neemt, blijft niet alleen bevoegd, maar ook een waardevolle adviseur voor zijn klanten.
Veel kandidaten zakken niet door gebrek aan kennis, maar door vermijdbare fouten in hun aanpak. De meest voorkomende valkuil is het te snel inplannen van het examen. Wie na één keer doorlezen denkt klaar te zijn, onderschat de toepassingsvragen. De stof lijkt logisch zodra je het leest, maar onder examendruk en bij een casus met subtiele verschillen blijkt het toepassen veel lastiger. Plan daarom pas af wanneer je proeftoetsen je dat vertrouwen geven.
Een tweede fout is het slecht lezen van de vraagstelling. Examenvragen bevatten regelmatig woorden als 'niet', 'altijd' of 'uitsluitend' die de hele strekking bepalen. Wie te snel leest, kiest het antwoord dat goed klinkt in plaats van het antwoord dat de vraag echt verlangt. Leer daarom rustig te lezen en de kernvraag te onderstrepen voordat je naar de antwoordopties kijkt. Bij twijfel helpt het om eerst de duidelijk foute opties te schrappen.
Tot slot verwaarlozen kandidaten vaak de samenhang tussen modules. Ze leren elke module geïsoleerd en missen daardoor de rode draad die het examen juist toetst. Door de zes modules als één samenhangend vakgebied te benaderen, herken je sneller welk principe achter een vraag schuilgaat. Onze gratis proefexamens helpen je die samenhang te oefenen, zodat je op de examendag niet alleen losse feiten kent maar ook het grotere geheel begrijpt.