VMBO Slagen: Zak-slaagregeling, Cijfers en Herkansing 2026 June
Hoe slaag je voor je VMBO-eindexamen? Lees de zak-slaagregeling, hoeveel onvoldoendes mogen, hoe de cijfers tellen en hoe de herkansing werkt.

Zo wordt je eindcijfer opgebouwd
Voor elk vak krijg je uiteindelijk één eindcijfer, en dat eindcijfer is het gemiddelde van twee onderdelen. Het eerste onderdeel is het schoolexamen, dat verspreid over het examenjaar op je eigen school wordt afgenomen met toetsen, praktische opdrachten en soms een profielwerkstuk. Het tweede onderdeel is het centraal examen, dat voor heel Nederland op dezelfde dag en met dezelfde opgaven wordt afgenomen. Beide cijfers tellen even zwaar mee, dus elk telt voor de helft van je eindcijfer.
Omdat het schoolexamen al klaar is voordat het centraal examen begint, weet je vooraf met welke cijfers je de examenweek ingaat. Dat is belangrijke informatie. Heb je een vak waarvoor je schoolexamencijfer al stevig is, dan ligt de lat op het centraal examen lager. Sta je voor een vak op het randje, dan weet je dat je daar op het centraal examen scherp moet presteren. Reken daarom vooraf uit welk cijfer je per vak op het centraal examen minimaal nodig hebt om uit te komen op een voldoende eindcijfer.
Houd er rekening mee dat het cijfer van het centraal examen wordt bepaald door de zogenoemde normering. Het aantal punten dat je nodig hebt voor een bepaald cijfer wordt na afloop landelijk vastgesteld, op basis van hoe alle kandidaten het examen hebben gemaakt. Je kunt die normering niet beïnvloeden, dus richt je op het binnenhalen van zoveel mogelijk punten en laat geen vraag onbeantwoord.
Slagen in cijfers

Hoeveel onvoldoendes mag je hebben?
De kern van de zak-slaagregeling draait om je gemiddelde en om het aantal onvoldoendes dat je mag laten staan. Het uitgangspunt is dat je gemiddelde over alle centraal-examenvakken minimaal een 5,5 moet zijn. Daarnaast gelden er regels voor je eindcijfers.
Heb je voor alle vakken een 6 of hoger, dan ben je in elk geval geslaagd op dat punt. Heb je één onvoldoende, dan mag dat een 5 zijn, mits de rest voldoende is. Heb je twee onvoldoendes, dan mag dat bijvoorbeeld twee vijven zijn, of één 4 en één 5, op voorwaarde dat je dit compenseert met voldoende hoge cijfers elders.
Een cijfer lager dan een 4 is nooit toegestaan: met een 3 of lager voor een eindcijfer ben je gezakt, hoe goed je andere cijfers ook zijn. Dat maakt een dreigende 3 het grootste risico in je cijferlijst. Zie je tijdens het schooljaar dat een vak die kant op gaat, trek dan op tijd aan de bel bij je docent en zet je oefentijd vooral daar in.
Controleer al deze slaageisen
- ✓Je gemiddelde over de centraal-examenvakken is minimaal 5,5.
- ✓Je hebt geen enkel eindcijfer dat lager is dan een 4.
- ✓Je hebt hooguit het toegestane aantal onvoldoendes, gecompenseerd door hoge cijfers.
- ✓Je kernvak Nederlands is minimaal een 5.
- ✓Je voldoet aan eventuele aanvullende eisen, zoals het rekenexamen of een afgerond profielwerkstuk.
Waarom je je cijfers vooraf moet uitrekenen
Veel leerlingen gaan de examenweek in zonder precies te weten waar ze staan. Dat is een gemiste kans, want je schoolexamencijfers zijn al bekend en daarmee kun je per vak uitrekenen wat je op het centraal examen nog nodig hebt.
Stel dat je voor wiskunde een schoolexamencijfer van 7 hebt; dan is een 4 op het centraal examen genoeg voor een voldoende eindcijfer. Heb je daarentegen een schoolexamen van 5 voor datzelfde vak, dan moet je op het centraal examen minstens een 7 halen om uit te komen op een 6. Dat verschil bepaalt waar je je laatste oefentijd aan besteedt.
Maak daarom een eenvoudig overzicht met per vak je schoolexamencijfer en het centraal-examencijfer dat je minimaal nodig hebt. Markeer de vakken waar de marge klein is, want dat zijn je risicovakken. Het is verleidelijk om te oefenen met vakken die al goed gaan, omdat dat een prettig gevoel geeft, maar je slaagkans stijgt het hardst als je je richt op de vakken waar je nog kunt vallen. Een nuchtere blik op je eigen cijfers is het beste studieplan dat er bestaat.
Slaagscenario's: hoeveel marge heb je?
Het eenvoudigste scenario: je hebt voor al je vakken een eindcijfer van 6 of hoger. In dat geval voldoe je automatisch aan de eis dat je geen of beperkte onvoldoendes hebt en zit je gemiddelde ruim boven de 5,5. Je bent geslaagd, mits ook de kernvakkenregel en het rekenexamen of de aanvullende eisen in orde zijn. Dit is het doel waar je naartoe oefent: geen enkel vak dat op het randje balanceert.

De kernvakkenregel
Naast het tellen van onvoldoendes geldt er een aparte eis voor de kernvakken. Voor de theoretische en gemengde leerweg gaat het om Nederlands en, afhankelijk van je opleiding, soms Engels. Voor het vmbo geldt in elk geval dat je voor Nederlands geen lager eindcijfer dan een 5 mag halen. Eén kernvak mag dus maximaal een 5 zijn; een 4 of lager voor een kernvak betekent dat je zakt, zelfs als je gemiddelde verder prima is.
Deze regel maakt Nederlands tot een vak waar je niet mee mag gokken. Veel leerlingen besteden hun oefentijd liever aan vakken die ze leuker vinden, maar juist Nederlands verdient prioriteit omdat een misstap daar je hele diploma in gevaar brengt. Leesvaardigheid is bij Nederlands het zwaarst wegende onderdeel, en dat is precies het onderdeel waar gericht oefenen het snelst resultaat oplevert. Wie elke week een leestekst doorwerkt en de vragen nakijkt, ziet zijn score op dit kernvak betrouwbaar stijgen.
De kernvakkenregel bestaat omdat een diploma iets moet zeggen over basisvaardigheden die je in elke vervolgopleiding en op de werkvloer nodig hebt. Goed Nederlands lezen en begrijpen is daar de belangrijkste van. Een leerling die uitblinkt in praktische vakken maar moeite heeft met taal, zou zonder deze regel een diploma kunnen halen zonder die basis op orde te hebben. Door Nederlands apart te beschermen, garandeert het systeem een minimumniveau. Voor jou betekent dit dat je deze regel maar beter serieus kunt nemen, want hij valt niet weg te compenseren met hoge cijfers elders.
Een studieplan in drie fases
In deze fase leg je het fundament. Maak een overzicht van al je schoolexamencijfers en reken per vak uit welk centraal-examencijfer je minimaal nodig hebt. Markeer je risicovakken en je kernvak Nederlands. Verdeel je oefentijd over de week en geef de risicovakken de meeste aandacht. Maak per vak een eerste volledig oefenexamen om te zien waar je staat, en houd de uitkomsten bij zodat je vooruitgang kunt meten. Het doel van deze fase is een eerlijk beeld van je startpositie.
Plan je laatste weken rond de regels
Nu je weet hoe de slaageisen werken, kun je je studieplan daar slim op afstemmen. Begin met je risicovakken: de vakken waar de marge tussen je schoolexamencijfer en de slaaggrens het kleinst is. Geef die de meeste oefentijd. Daarna komt je kernvak Nederlands, ongeacht hoe het ervoor staat, omdat een misstap daar onherstelbaar is. Pas als deze twee categorieën stevig staan, besteed je tijd aan de vakken die al ruim voldoende zijn, vooral om je marge te vergroten zodat een onverwachte tegenvaller je niet meteen in gevaar brengt.
Werk in korte, regelmatige sessies in plaats van lange inhaalslagen. Een half uur per dag dat je volhoudt levert meer op dan een hele zaterdag die je daarna opgeeft. Maak volledige oefenexamens onder tijdsdruk, want het tempo van het echte examen is iets wat je apart moet trainen.
Een vraag die je thuis op je gemak goed beantwoordt, kan in de examenzaal toch misgaan als je niet gewend bent aan de klok die loopt. Wissel het maken van oefenexamens af met het nakijken van je fouten, want van een fout die je begrijpt leer je meer dan van tien goede antwoorden.
Vergeet bij het plannen ook je eigen ritme niet. De ene leerling leert het beste vroeg in de ochtend, de ander juist 's avonds. Plan je zwaarste oefensessies op de momenten dat je het meest geconcentreerd bent, en bewaar lichtere taken zoals het nakijken van fouten voor de momenten dat je energie wat lager is.
Bouw daarnaast bewust rustmomenten in. Je brein verwerkt stof ook tijdens pauzes en slaap, dus een korte wandeling of een avond zonder boeken is geen verloren tijd maar onderdeel van het leren. Een plan dat geen ruimte laat voor rust hou je niet vol tot het examen.
De drie slaageisen op een rij
- Eis: Minimaal 5,5
- Telt over: Centraal examen
- Toegestaan: Beperkt
- Minimum cijfer: Niet onder 4
- Eis: Niet lager dan 5
- Gevolg bij <5: Gezakt

Hoe de herkansing werkt
Zak je bij het eerste tijdvak van het centraal examen, of sta je na de eerste afname net niet goed genoeg, dan biedt de herkansing een tweede kans. Je mag voor één vak het centraal examen opnieuw maken in het tweede tijdvak. Het hoogste van je twee cijfers telt, dus je kunt er nooit op achteruitgaan: maak je de herkansing slechter, dan blijft je eerste cijfer staan. Dat maakt de herkansing een veilige gok, en het is verstandig om hem te gebruiken zodra je twijfelt.
De grote vraag is voor welk vak je je herkansing inzet. Kies niet automatisch het vak met het laagste cijfer, maar het vak waar je met gericht oefenen de meeste punten kunt winnen én waar die winst je het meest helpt om te slagen. Soms is het slimmer om een 5 naar een 6 te tillen omdat dat je net over de slaaggrens trekt, dan om een 4 een fractie te verbeteren. Reken voor de herkansing opnieuw uit welk cijfer waar het verschil maakt tussen zakken en slagen, en richt je voorbereiding daar volledig op.
De periode tussen de uitslag van het eerste tijdvak en de herkansing is kort, vaak slechts een week of twee. Verspil die tijd niet. Pak meteen na de uitslag de oefenstof van het gekozen vak erbij, maak volledige oefenexamens onder tijdsdruk en lees bij elke fout de uitleg. Omdat je je nu op één vak richt, kun je heel gericht werken aan precies de onderdelen die je de eerste keer punten kostten.
Bekijk na de eerste uitslag goed welke onderdelen van het examen je punten kostten. Vaak zit de winst in een handvol soorten vragen die telkens terugkomen. Bij een talenvak kan dat de leesvaardigheid zijn, bij wiskunde een bepaald type berekening, bij nask het werken met de juiste eenheden. Door die patronen te herkennen, oefen je niet lukraak alles opnieuw, maar precies datgene wat het verschil maakt. Twee gerichte oefendagen op je zwakke onderdelen leveren vaak meer op dan een week ongericht herhalen van stof die je al beheerst.
Praat na de eerste uitslag ook even met je docent van het vak dat je wilt herkansen. Docenten zien aan je gemaakte werk vaak precies waar het misging en kunnen je in een kort gesprek wijzen op de twee of drie dingen die het meeste verschil maken. Dat scheelt je veel zoekwerk. Bewaar bovendien je rust: één vak in twee weken is goed te doen, zeker omdat je de stof al een keer hebt voorbereid. Zie de herkansing niet als een straf maar als een eerlijke tweede kans waarmee je alsnog grip krijgt op je diploma.
Veelgemaakte fouten rond de slaagregeling
De eerste fout is denken dat een hoog gemiddelde alles oplost. Dat klopt niet: ook met een prima gemiddelde zak je als je een eindcijfer onder de 4 hebt of als je kernvak Nederlands onvoldoende is. De regels zijn deels los van elkaar, en je moet aan alle voorwaarden tegelijk voldoen. Reken daarom niet alleen je gemiddelde uit, maar controleer ook elke afzonderlijke eis.
Een tweede fout is de herkansing te laat plannen of helemaal niet te gebruiken. Omdat het hoogste cijfer telt, is er geen risico aan verbonden, dus twijfel je of je net wel of net niet geslaagd bent, gebruik hem dan. Wacht ook niet met je voorbereiding tot de uitslag binnen is; je weet vaak al voor de uitslag welk vak het zwakst ging, en je kunt daar alvast mee aan de slag.
De derde fout is je blindstaren op het vak met het laagste cijfer, terwijl een ander vak met gericht oefenen meer winst oplevert of doorslaggevender is voor je slaagkans. Reken het rustig door voordat je kiest.
Een vierde valkuil is het verkeerd inschatten van de normering. Sommige leerlingen denken na afloop dat ze gezakt zijn omdat het examen moeilijk voelde, terwijl de landelijke normering bij een lastig examen juist soepeler uitpakt. Trek dus geen conclusies voordat de officiële uitslag binnen is, en laat je niet ontmoedigen door het gevoel direct na het examen. Het gevoel dat je een examen slecht hebt gemaakt, komt vaak niet overeen met het uiteindelijke cijfer.
Wel of niet herkansen?
- +Het hoogste cijfer telt, dus je kunt er nooit op achteruitgaan.
- +Je richt je op één vak, waardoor gericht oefenen veel oplevert.
- +Een herkansing kan een 5 naar een 6 tillen en je over de slaaggrens trekken.
- +Je krijgt een tweede kans op een onderwerp dat de eerste keer net misging.
- −Je hebt maar één herkansing voor het centraal examen, dus de keuze is cruciaal.
- −De voorbereidingstijd tot de herkansing is kort.
- −De zenuwen van een tweede poging kunnen zwaarder wegen dan de eerste keer.
Wat te doen als je toch zakt
Mocht je ondanks alles zakken, dan is dat vervelend, maar het is geen eindstation. De meest gekozen route is het overdoen van het examenjaar, waarbij je vaak alleen de vakken hoeft te verbeteren waarvoor je onvoldoende stond. Sommige scholen bieden een verkort traject of een opleiding waarbij je in deeltijd je diploma alsnog haalt. Ook een staatsexamen behoort tot de mogelijkheden, waarbij je per vak examen doet zonder aan een vaste school verbonden te zijn.
Belangrijk is om snel na de uitslag in gesprek te gaan met je mentor of decaan. Zij kennen de routes die in jouw situatie het beste passen en kunnen je helpen de juiste keuze te maken voor je vervolgopleiding. Zakken zegt niets over je capaciteiten op de lange termijn; veel mensen halen na een tegenvaller alsnog een mooi diploma. Het verschil zit in hoe je de tweede poging aanpakt: met een duidelijk plan, gerichte oefening op je zwakke vakken en op tijd beginnen.
Houd er ook rekening mee dat het centraal examen in twee tijdvakken wordt afgenomen. Het eerste tijdvak is voor iedereen, het tweede tijdvak is bedoeld voor herkansingen en voor leerlingen die het eerste tijdvak hebben gemist door bijvoorbeeld ziekte. Plan je vakanties en bijbaantjes daarom zo dat je beschikbaar bent in beide periodes. Niets is zo vervelend als een geboekte reis die samenvalt met je herkansing.
Wie zakt, kan zich soms ontmoedigd voelen, maar het loont om met een nuchtere blik naar de cijferlijst te kijken. Vaak gaat het maar om één of twee vakken die net te kort kwamen, en dat is een veel kleinere opgave dan het hele jaar opnieuw. Bespreek met je school welke onderdelen je mag behouden en welke je moet verbeteren. Door je energie te richten op dat beperkte aantal vakken, maak je van een tegenslag een overzichtelijk en haalbaar project.
Tot slot is het verstandig om je vervolgopleiding alvast in beeld te houden, ook als je het examen overdoet. Sommige mbo-opleidingen kennen aanmeldingsdeadlines die los staan van je diplomadatum. Informeer dus tijdig bij de school van je keuze wat er mogelijk is in jouw situatie. Met een duidelijk doel voor ogen is een extra jaar geen verloren tijd, maar een investering in een betere start.
Slagen voor je VMBO-eindexamen draait om de zak-slaagregeling: een gemiddelde van minimaal 5,5, een beperkt aantal onvoldoendes, nooit een eindcijfer onder de 4 en een kernvak Nederlands van minimaal een 5. Reken vooraf uit welk cijfer je per vak nodig hebt, geef je zwakste en je kernvakken voorrang en bewaar je herkansing voor het vak waar die het verschil maakt tussen zakken en slagen. Wie de regels kent en gericht oefent, vergroot zijn slaagkans aanzienlijk.
VMBO Slagen: Vragen en Antwoorden
About the Author
Specialist in beroepscertificeringen en toetsvoorbereiding
Erasmus Universiteit RotterdamJan Bakker is consultant in professionele ontwikkeling en heeft jarenlange ervaring met het begeleiden van professionals richting erkende certificeringen in Nederland en internationaal. Hij kent de exameneisen van binnen en van buiten, en schrijft om kandidaten in staat te stellen gefocust en efficiënt te studeren.