VMBO Economie β Questions and Answers
Question 1: Wat is inflatie?
- een algehele stijging van het prijspeil (Correct answer)
- een toename van de werkloosheid
- een daling van de belasting
- een daling van de lonen
Correct answer: een algehele stijging van het prijspeil
Inflatie is een algehele stijging van het prijspeil, waardoor je met hetzelfde geld minder kunt kopen.
Question 2: Wat zijn vaste lasten?
- eenmalige aankopen
- uitgaven die elke maand ongeveer gelijk zijn, zoals huur (Correct answer)
- geld dat je spaart
- geld dat je leent
Correct answer: uitgaven die elke maand ongeveer gelijk zijn, zoals huur
Vaste lasten zijn terugkerende uitgaven die elke periode ongeveer gelijk zijn, zoals huur, verzekering en abonnementen.
Question 3: Wat betekent het als de vraag naar een product stijgt en het aanbod gelijk blijft?
- de prijs daalt meestal
- de prijs blijft altijd gelijk
- de prijs stijgt meestal (Correct answer)
- het product verdwijnt
Correct answer: de prijs stijgt meestal
Als de vraag stijgt terwijl het aanbod gelijk blijft, ontstaat schaarste en stijgt de prijs meestal.
Question 4: Wat is btw?
- rente op sparen
- een soort salaris
- een korting op producten
- belasting over de toegevoegde waarde (Correct answer)
Correct answer: belasting over de toegevoegde waarde
Btw staat voor belasting over de toegevoegde waarde en wordt geheven op de verkoop van producten en diensten.
Question 5: Wat is een budget?
- een overzicht van verwachte inkomsten en uitgaven (Correct answer)
- een lijst van schulden
- een soort belasting
- het geld op je spaarrekening
Correct answer: een overzicht van verwachte inkomsten en uitgaven
Een budget is een plan of overzicht van verwachte inkomsten en uitgaven over een bepaalde periode.
Question 6: Wat is rente bij een lening?
- het bedrag dat je leent
- de vergoeding die je betaalt voor het lenen van geld (Correct answer)
- een belasting van de overheid
- een korting die je krijgt
Correct answer: de vergoeding die je betaalt voor het lenen van geld
Rente is de vergoeding die je betaalt aan de geldverstrekker voor het lenen van geld, vaak als percentage per jaar.
Question 7: Wat hoort bij de productiefactor arbeid?
- machines en gebouwen
- grondstoffen
- het werk dat mensen verrichten (Correct answer)
- het beschikbare geld
Correct answer: het werk dat mensen verrichten
Arbeid is de productiefactor die staat voor de lichamelijke en geestelijke inspanning van mensen om te produceren.
Question 8: Wat is een voordeel van sparen?
- je betaalt meer belasting
- je krijgt automatisch een lening
- je hebt direct minder geld nodig
- je bouwt een reserve op voor onverwachte uitgaven (Correct answer)
Correct answer: je bouwt een reserve op voor onverwachte uitgaven
Door te sparen bouw je een buffer op waarmee je onverwachte kosten kunt opvangen en grotere aankopen kunt doen.
Wat is inflatie?