Theorie Oefenen Voorrangsregels — Questions and Answers
Question 1: Op een gelijkwaardige kruising naderen twee bestuurders elkaar. Wie heeft voorrang?
- De bestuurder die van links komt
- De snelste bestuurder
- De grootste voertuig
- De bestuurder die van rechts komt (Correct answer)
Correct answer: De bestuurder die van rechts komt
Op een gelijkwaardige kruising (zonder borden of haaientanden) geldt: verkeer van rechts heeft voorrang. Dit is een van de basisregels van het Nederlandse verkeer.
Question 2: Je ziet op het wegdek haaientanden voor je. Wat betekent dit?
- Je hebt voorrang
- Je moet voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg (Correct answer)
- Je moet stoppen
- Hier mag je niet rijden
Correct answer: Je moet voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg
Haaientanden geven aan dat je voorrang moet verlenen aan bestuurders op de kruisende weg. Je hoeft niet per se te stoppen, maar wel anderen voor te laten gaan.
Question 3: Een tram nadert van links op een gelijkwaardige kruising. Wie heeft voorrang?
- De tram, ook al komt die van links (Correct answer)
- Jij, want je komt van rechts
- Degene die het eerst rijdt
- Niemand, je moet allebei stoppen
Correct answer: De tram, ook al komt die van links
Een tram heeft op gelijkwaardige kruisingen bijna altijd voorrang, ook als die van links komt. Een tram kan niet uitwijken en heeft een lange remweg.
Question 4: Bestuurders moeten voorrang verlenen aan bestuurders van rechts. Geldt dit ook voor bestuurders die van een uitrit komen?
- Ja, altijd van rechts
- Alleen overdag
- Alleen op zondag
- Nee, wie uit een uitrit komt moet zelf alle bestuurders voorrang verlenen (Correct answer)
Correct answer: Nee, wie uit een uitrit komt moet zelf alle bestuurders voorrang verlenen
Wie van een uitrit, oprit of erf de weg op rijdt, moet alle bestuurders op de weg voorrang verlenen, ongeacht of zij van links of rechts komen.
Question 5: Je wilt linksaf slaan en tegemoetkomend verkeer wil rechtdoor. Wie heeft voorrang?
- Het tegemoetkomende verkeer dat rechtdoor gaat (Correct answer)
- Jij, want je sloeg eerder af
- Degene die toetert
- Het maakt niet uit
Correct answer: Het tegemoetkomende verkeer dat rechtdoor gaat
Bij linksaf slaan moet je tegemoetkomend verkeer dat rechtdoor gaat of rechtsaf slaat voor laten gaan. Je doorkruist immers hun rijbaan.
Question 6: Een bestuurder van een voorrangsvoertuig (politie, brandweer, ambulance) nadert met zwaailicht en sirene. Wat moet je doen?
- Doorrijden, jij hebt voorrang
- Stoppen midden op de kruising
- Voorrang verlenen en zo nodig ruimte maken (Correct answer)
- Harder gaan rijden
Correct answer: Voorrang verlenen en zo nodig ruimte maken
Een voorrangsvoertuig met zwaailicht én sirene heeft altijd voorrang. Je verleent voorrang en maakt waar nodig ruimte, zonder zelf gevaarlijke manoeuvres te maken.
Question 7: Op een kruising staat een verkeersregelaar die je een stopteken geeft, maar het verkeerslicht staat op groen. Wat volg je op?
- Het verkeerslicht, want dat staat op groen
- Je eigen inzicht
- De aanwijzingen van de verkeersregelaar (Correct answer)
- De auto voor je
Correct answer: De aanwijzingen van de verkeersregelaar
Aanwijzingen van een bevoegde verkeersregelaar gaan boven verkeerslichten en borden. Je volgt dus de verkeersregelaar, ook al staat het licht op groen.
Question 8: Je komt bij een rotonde met haaientanden bij de toerit. Wie heeft voorrang?
- Jij, want je nadert de rotonde
- Het verkeer dat al op de rotonde rijdt (Correct answer)
- De fietsers altijd
- Niemand
Correct answer: Het verkeer dat al op de rotonde rijdt
Bij de meeste rotondes met haaientanden bij de toerit heeft verkeer dat al op de rotonde rijdt voorrang. Je verleent dus voorrang voordat je de rotonde oprijdt.
Op een gelijkwaardige kruising naderen twee bestuurders elkaar.
Wie heeft voorrang?